drieënzeventig

 

 

Sevilla 2007, kamer op dak, 37°C

als ongelovige vissen happen wij het licht
van de tl dat in dit vacuüm zonder ramen
de uniforme azulejos uit de fabriek
onder voeten boven hoofd en aan oren
met hun school van azuren gapende soortgenoten
tot een beslagen spiegel maakt

al roerloos volgen wij hoe een kakkerlak
over het evenwichtige raster van strakke voegen
deze nijver geveegde weggetjes omhoog
omlaag en links of rechts
kriskras door onze wazige weerkaatsing kruipt

tot in een hoek van deze verzegelde oceaan
hij sissend verstrikt raakt
in de asymmetrische struikeldraden
van een solitaire vioolspin