zevenenzestig

 

 

ergens in een uithoek
voor Marisca Milikowski

verbruikt motlicht
sluiert de uitgeschraapte
hotelkamer binnen

in te kleine kleren lig ik uitgeteld
op het ene lits-jumeauxbed
en staar naar vergeelde fjorden
hun grilligheid verloren

hier spuugt de roestige koelkast
daar met te lange tussenpozen
drupt de kraan haar marteling

Mrs. Danvers zweeft mij tegemoet
en schikt in het vaasje op het nachtkastje
een bosje uitgeblust slangenkruid

Listen to the sea, zegt ze, so soothing
ze ontsteekt alle lichten en werpt op mij haar schaduw
In a few hours you’ve grown so much older

met haar poetsdoek mept ze de zilvervisjes
die aan mijn paspoort knabbelen
en wijst mij wat zij in de wolken ziet
een boktor knort zich door het gewelf
Mrs. Danvers gewapend met een bus Vapona
beklimt het andere bed snakt en spuit
een serene nevel met bitterzoete nasmaak

Well glimlacht ze en plooit kordaat haar rubberen handen
om mijn oude rimpelige kop
Good to have you back, sir
I will uncork the bottle
In just a moment demons will be popping out
ik hoor violen aanzwellen
en bij de aftiteling schroeit haar
gezicht in een vuurzee van woorden