achtenvijftig

 

 

nummertje

onder de bogen
zwellen de onsterfelijke stemmen
van de dode componist
vrij van de dode componist

onder de bogen
verfrommelen zijn engelen de tafelen
en kietelen zij uit de knieholtes van de profeet
diens laatste plechtstatige bergspeech: hi hi hi

onder de bogen
stuit op uit de naklank van zijn stoïcijnse zwanezang
binnen de afgemeten tijdloosheid
die de babykamer van het al gevangen houdt:
zijn hemelloze hemel

onder de bogen
van de dode componist
vrij van de dode componist
zwelt zijn eigen bevrijdende lachen
om zijn onsterfelijke grap