tweeënnegentig

 

 

matrjosjka
aan Tulse Lupor

ik ben niet waar ik werd achtergelaten
waar ik ooit vertrok kom ik niet thuis
een eindig aantal punten op een lijn
die doorheen het laatste sterrenstelsel
kromt verschaffen het enig mogelijke einde

ze staan naast verlaten
stoelen in metrotreinen en vliegtuigen
op bankjes in stadsoasen columbaria
en crematoria onder aan ladders
van vogelkijkhutten in kelders onder
het plaveisel van de Wilhelmstrasse

mijn koffers

ik aan handen van butlers en pursers
en machinisten en vorkheftruckchauffeurs
en betonvlechters en vroedvrouwen
en kleuterleidsters en kampbewakers
allemaal dragen ze iets van mij bij zich
en wanneer zij ’s avonds aan hun eettafels
aanschuiven en mij angstvallig tussen
hun voeten klemmen hun moeders
bezoeken en mij kroost op schoot
nemen de liefde bedrijven en mij bergen
onder bed dan komt er weer een scheurtje
in de tijd als in de aardkorst
waarop ik voortjaag tot niet langer
anderen hun deel in mij hoeven
te zien maar tot dat moment ben ik
hun doorreis van de ene naar de andere
wachtkamer er sjouwt er een
met slachtoffers van tandartsen
een tweede met clandestien gegoten
bronzen Mannekes Pis een derde torst
er eentje propvol zelfportretten
van zijn cipier een vierde een met
voormalige adressen van onmogelijke geliefden
een vijfde de foto’s van tafellakenvlekken
na de genoten maaltijden van zijn oma
in het verzorgingstehuis een zesde de rugnummers
van brildragende amateurvoetballers een
zevende zilveren lichaamloze rozenkransen
een achtste watertermen in twintigste-eeuwse
blaasmuziek een negende het slijpsel van Quaran
D’Ache kleurpotloden een tiende mond-
vocht een elfde slijm van paddestoelen een
twaalfde geluiden zonder lichamen en
een dertiende weeskinderen een veertiende
schreeuwen om meer een vijftiende dromen
van spiegelingen van dagelijks leven
in een droom een zestiende verloren uitzichten
een zeventiende galblazen een achttiende vuile
was een negentiende beroemde romanfiguren in
iglo’s een twintigste kogelgaten in muren een
eenentwintigste urinemonsters van bloeddorstige
feeën een tweeëntwintigste de afgeknipte
nagels van Nederlandse showpanelleden
een drieëntwintigste houtsnippers een
vierentwintigste de gegraveerde opdrachten
in de ringen van Liberace een vijfentwintig-
ste onbewezen stellingen een zesentwintigste
Tulse Lupor’s oorsmeer een zevenentwintigste zijn
slechte adem een achtentwintigste doornenkronen
uit Beijing een negenentwintigste dodelijke
grappen en een dertigste verlaten filmsets en
een eenendertigste een nauw sluitende met alle
saaie liedjes van Lennon-McCartney een twee-
endertigste een met lekkende oceanen en een
drieëndertigste met stropdassen een vierendertigste
verpulverde autobanden van Lada Samara’s uit 1989
een vijfendertigste dromen van spiegelingen
van dromen in het dagelijkse leven een zesen-
dertigste de gedichten van Leopold als
niet te kraken spionagecode een zevendertigste
dorpels van bordelen een achtendertigste met
modder een negenendertigste anglicismen
een veertigste de hersenpannen van Waalse mijn-
werkers een eenenveertigste een dag oud gemaaid
gras een tweeënveertigste tweeënnegentig horizonnen
een drieënveertigste zandbakken in de woestijn een
vierenveertigste boerderijkijkdozen een vijfen-
veertigste gegraveerde glazen kogels verwijderd uit
darmen van bolletjesslikkers een zesenveertigste asperges uit Tegelen
een zevenenveertigste zolen van hamsterhuid een
achtenveertigste bevroren rozenwater en negen-
enveertigste gekapte mangrovebomen een vijftigste
cerumenpennen een eenenvijftigste hagelslag-
schimmel een tweeënvijftigste gebitsbeugels van
dertienjarige tweelingen een drieënvijftigste Vietname-
se loempia’s een vierenvijftigste pruiken van
schaam- en neushaar een vijfenvijftigste ont-
velde vingertoppen een zesenvijftigste in vilt
ingepakte vleugels een zevenenvijftigste door
teer besmeurde vogels een achtenvijftigste
oorlellen een negenenvijftigste schreeuwen
van Munch een zestigste zelfmoordkozijnen
een eenenzestigste neoclassicistische geur-
vreters een tweeënzestigste neusvleugeltjes een
drieënzestigste kippepootpezen een vieren-
zestigste citroenen met één pitje een vijfenzestigste
geroosterde katoenplanten een zesenzestigste
flessescheepjes een zevenenzestigste poedels
die Eva heten een achtenzestigste varkensgillen
tijdens Halal-slachting een negenenzestigste
botte puntenslijpers een zeventigste darmen
cellosnaren een eenenzeventigste groen-
blauwe amaryllissen een tweeënzeventig-
ste bloedworst een drieënzeventigste arken
des verbonds een vierenzeventigste Gezelle’s
schrijverkens op het Hemelmeer een
vijfenzeventigste brandweerlieden
lijdend aan insomnia een zesenzeventigste tot
aan hun voeten afgezaagde bronzen Nederlandse
negentiende-eeuwse sculptuur een zeven-
enzeventigste lege filmblikken voorheen bevattende
kopieën van Obelisk Ampersand Encounter
een achtenzeventigste Nero’s curulische
stoelen een negenenzeventigste aardassen en
hemisferen een tachtigste te lang gekookte
genummerde paaseieren uit een tuin
te Broek in Waterland een eenentachtigste
boktorrenzaagsel uit het geboortehuis van
Karl Marx een tweeëntachtigste dode golven
een drieëntachtigste bakstenen van het schuurtje
achter George Harrison’s huis een vierentachtigste
mens-erger-je-niet-pionnen handgesneden uit
de botten van Oostduinkerkse trekpaarden een
vijfentachtigste tongriemen van te jong ge-
storven Nederlandse schrijvers een zesentach-
tigste mierenkolonies na bestrijding met
formaldehyde een zeventachtigste onderwater-
lianen een achtentachtigste oneindige getallen
achter de komma een negenentachtigste de
geur van John The Butcher van Kraaij’s uitgekookte
Fender 5250XL Short Scale bassnaren een
negentigste Svankmajer’s deegrollen een eenen-
negentigste mislukte pogingen tot lobotomie
bij zichzelf door Neil Diamond en een
tweeënnegentigste eentje vol met al deze koffers
die
draag ik
zelf
zolang