tachtig

 

 

Eeuwig Slijk

eerder was ik al
in deze gerekte smalle tuin
smult een kind sneeuw
van de vijverspiegel
poes heeft er de partituur
van een spasmische paso doble geprent

een boze jongen kapt
de stam van een pijnboom
zonder naalden boort
hem als as vast
dwars door de stuurloze globe

een gebogen man spiedt
naaktslakken zij slepen
een zilveren draad
over half aangevreten
rijpe appels in het gras

achterin wacht opa
onder de haperende
vocalise van een ijsvogel
die pikt naar kikkervisjes
tot het verdwaalde beestje
zich eindelijk verslikt