negenentachtig

 

 

web

deze ochtend
aardeverduistering
geen blad beweegt
ik zoek ben
de tuin ingegaan maar
als ik één stap vooruit
van de spin haar draad
die dit dichte
stukje grond bijeenhoudt
breek met mijn hoofd
en van de wijngaardslak
die nooit verzaakt
mij de weg te wijzen
haar huisje plet
kan ik niet vooruit
niet achteruit
draai om mijn as
zie de muren
van de kamers in huis
schuiven nauwelijks
zichtbaar dichter dichter
en plafond en vloer
naderen elkaar in een
levenslang uitgestelde
eerste kus
omdat ik niet anders kan
groei ik mee
in oneindig krimpen
naar het aldoor
zich terugtrekkende
hart van waaruit
een stralende implosie
onstuitbaar uitdijt