eenennegentig

 

 

laatste missie

bij thuiskomst – als er thuiskomst is
waken in het gras
lege passen een partituur
van een afgebroken dans

langs handboeken en compendia
in een naakte kast bijeen
(eens kloeke titels echoën
hun aansporingen tot verborgen moed)
strijken je vingers net niet meer
het blijft wijzen naar iets
wat alleen jij hebt gezien

dit omheinde eiland van kleine woorden
ooit klitten ze lichthartig samen
susten ons allen als slaapverhaaltjes

toch weer zijn wij opgegaan
aan de grond drukt hen nog schemering
een kerktorenspits
en slinkende kruinen van hoogste essen
die een laatste keer buigen
juist ontstoken als goedbedoelde kaarsen
het landje drijft weg en neemt
de lucht erboven mee
wij stijgen naar het sprakeloze
boven de blinde hemel

tot daar
snijdt ons schip zijn witte volgspoor
een lege lijn die wacht op het eerste
sputteren van een gedicht
de eerste ultieme ontdekking
een trage curve van zuchten
die niets anders strikken zal
dan verwijdering
voorbij deze grens

voorbij deze grens
is de intieme vreemde met de mond open
die je ziet in de blik van de ander
het enige bewijs
dat God je in handen is gegeven
en uit die schrik wring je
samen een onontkoombare grap
je tranen van bestendig lachen
dwarrelen als ternauwernood
geopende bloemen door de lucht
een vluchtig moment van geboorte
voor ze als een boeket
van ritselende ijskristallen
de definitieve ochtendstond bijlichten

als vrijheid is gekomen
biggelen woorden verwoestend
uit ons neer en beneden
ver beneden wachten ze ons op
wie weet
rechte mannen en rechte vrouwen
zo recht dat ze haast achterover
in hun schaduwen vallen
ze wachten zoals
alleen rechte mensen wachten: