1. De donkere zijde

Hij heeft niet snel een hekel aan iemand en de haat of de jaloezie kent hij niet. Het kost hem veel moeite zich zodanig een voorstelling van iemand of van een situatie te maken, dat in hem een oprecht scheldwoord oprispt.
regelwitMoeilijk is het vooral voor hem zich iemand voor de geest te halen die hij in zijn aller-slechtste momenten het licht in de ogen zou willen doven. Lukt dit, nooit vindt de ergernis laat staan de haat een zo diepe laag in hem dat hij het meent. Daarvoor interesseert deze persoon hem gewoonweg te weinig. Het is veel gemakkelijker voor hem om van mensen te houden.
regelwitHij stelt zich een opdracht: een klein onderzoek te doen naar zijn donkere zijde die er is maar uiterst spaarzaam aan hem verschijnt. Hij is een zeer oninteressant en vlak personage voor een verhaal of roman. Hij gedijt niet bij tegenstellingen. Hij is als de dood voor disharmonie.  Er moet voor hem ten alle tijden een systeem aan de dingen ten grondslag liggen dat ofwel in liefde is gemaakt of zelf van liefde verhaalt. Zijn grootste vrees is dat niemand van hem houdt en dat mensen niet van elkaar houden, ook al weet hij dat hij als ieder ander op gezette tijden niet meer dan irritatie, woede, verongelijktheid of moedeloze verzuchting voor zijn gedrag verdient.
regelwitEn toch, zou niemand meer van hem houden, hij zou prettig overleven, omdat hij graag alleen is, omringd door mensen die hij amper kent en die hem geen andere verantwoordelijkheid opleggen dan ze te helpen bij het oversteken. Het is hem nog het liefst door hen aangesproken te worden in een hem vreemde en onverstaanbare taal.
regelwitHij houdt van grote groepen mensen, hun saamhorigheid, talloze zielen die hun zwakte opgeven om samen het goede te bundelen, al is het maar voor een kort moment. Daar kijkt hij graag naar, maar neemt er niet aan deel. Hij is lelijker dan de angsthaas, hij is feitelijk de knuffelzwerfhond die op zijn flank geklopt wil worden door onverschillig wie, maar ’s nachts piepend verstrikt raakt in duistere dromen waarin een onafwendbaar kwaad de hoofdrol speelt.
regelwitWakker, vergeet hij. Hij staat op, schudt zich de vacht uit, laat zich nog eenmaal over de kop aaien, blaft een keer van dankbaarheid, en gaat dan weer heen, op zoek naar een volgend vervangbaar baasje. En wie hem negeert zal hij niet in de enkel bijten, eerder, als een teckel, bijt hij zich vast in de kluif onbegrip dat hij daarbij voelt omdat hij niet wil aanvaarden dat wij allemaal het slechte en nare in onszelf dragen. Dit. Dit is hij.