7. …

hé mop
ijlend tussen heimwee op herhaling
en een steeds geboekte terugreis
in zijn vuist adem aan een prikkertje
aan zijn lippen een fluitje zand
daartussen uitgehouwen palindromen
over jeugd toekomst avonturen
ijssculpturen buiten proportie
gedragen door sokkels van langoureuze lava
in een hol labyrint
besloten weids als Pangea
ik had het idee dat hij ons ook best aardig vond
toch? wie? vraag je
en was het nou z’n broer?
ergens laten liggen tussen geloof ik