8. De liefdevolle handen van Jimmy

1.8 De liefdevolle handen van Jimmy

Jimmy staat op het perron. Hij wacht bij de trein die hem de onbegrensde ruimte in zal katapulteren. Zijn handen koesteren drie dunne brochures over verre oorden die hij al van kinds af aan bij zich draagt. Eén kleine stap omhoog, die trein in, en deze zorgelijke en zorgzame man die het goede als een steen in zijn hart draagt, zal tot een opgelucht ontketend kind transformeren. Maar als altijd is zijn schaduw hem gevolgd. Ze schuift als een slang, onhoorbaar, soepel, langs alle obstakels die haar zouden kunnen afremmen. Haar kaken bijten haar gif in de enkels van hem die het beest in leven houdt: een plicht die hij niet kan verzaken, een verantwoordelijkheid die hij niet kan ontlopen, een liefde die hem verlamt, hulpbehoevenden die hij niet zijn compassie kan weigeren. Langer en langer wordt zijn schaduw tijdens deze prachtige zonnige dag op het station van Bedford Falls.
regelwitWat volgt is een soort pas de deux voor de twee handen van Jimmy: ze strelen als verliefd de brochures, deze vrijbrieven van de droom. Ze openen ze nog eens, ze sluiten ze, ze vormen ze tot een waaier, ze leggen ze weer op elkaar. Terwijl twijfel en wanhoop meer en meer Jimmy’s gezicht tekenen, lijken zijn twee handen een eigen leven te leiden. Ze maken zich los van het lijf en de geest van de man die ze toebehoren. Ze maken zich los van de omgeving waar alles, niet bedacht op dit drama, als gewoonlijk zijn vaste plaats heeft en die nooit zal verlaten. Ze maken zich los van de geluiden. Van de woorden die uit Jimmy’s mond komen. Nog strelen de handen zijn droom. Nog voelen zij het avontuur. Deze handen weten. Van de hartstocht. Van het lonkende verschiet. In deze handen ligt een lotsbestemming besloten. Soms lijkt het of ze zullen verslappen en de brochures eruit zullen glijden, neerdwarrelen op straat waar een onverschillige wind ze voor altijd meesleurt. Maar ze laten ze niet los. De bovenste brochure wordt geopend en weer gesloten en met de weidse perspectieven die ze de lezer tevoorschijn tovert onderop gelegd. De tweede brochure, nu bovenop,  wordt eveneens opengeslagen, even wordt de droom gemonsterd, dicht gaat ook dit boekje en wordt onderop geschoven. De derde laatste brochure ondergaat de zelfde betasting: de eerste bladzijde wordt opengeslagen, een vluchtige angstige blik erop, dicht.
regelwitHet zijn inmiddels stille handen die een waaier van de boekjes maken. Stille, verslagen, witte handen. Heel even wordt de rechterhand kwaad, neemt de drie brochures stevig vast en slaat er een paar keer mee op de palm van zijn linkerhand, die ze vervolgens overneemt.  Nu wijst de rechterhand er naar. ‘Dit,’ zegt de wijsvinger, ‘dit hier.’ En nog een keer: ‘Dit. Dit, dit laat ik gaan.’ Dan, met schrijnende weemoed, houden beide handen de brochures kort vast. De linkerhand neemt opnieuw over en stopt ze tenslotte weg in de binnenzak van Jimmy’s jas.