4. de handen van Selles

De handen van Selles zijn, net als zijn armen en gezicht, overdekt met sproeten. De vingers zijn smal en lang en steken vanuit de knokkels kaarsrecht vooruit. Ze zijn geschapen om halt toe te roepen, af te weren, of tot kalmte te manen. Het zijn betrouwbare handen. Handen die, vlak op de borst of de rug van de ander liggend, genezende warmte kunnen zenden. Toch gebruikt Selles zijn handen op deze wijze te weinig. Dat heeft alles met het ontberen van een geliefde te maken. Een geliefde zet jouw handen aan het werk. Ze doen dat waarvoor ze in wezen geschapen zijn. Bij afwezigheid van een geliefde worden handen gedwongen zich tot taken te beperken die hooguit de herinnering aan of het verlangen naar de geliefde kunnen oproepen.
regelwitOok de elegante smalle gesproete handen met de lange rechte vingers van Selles zouden bijvoorbeeld het dagelijks bereiden van een maaltijd willen inruilen voor het teder kneden van het lichaam van een vrouw, of misschien zelfs wel het lichaam van een man, net zo lang tot dit vertrouwd om hem past als het overrompelende en warme water als van een golf van Gustave Courbet. De handen van Selles schudden andere handen, ze kloppen op schouders, ze wassen, ze wringen, ze klappen, ze ondersteunen het vermoeide hoofd, ze strelen de kaft van een boek, een pen, een tafelblad, een stoelleuning, het kruis, grijpen het haar, slaan gebald in de lucht, begroeten zwaaiend een vriend of vriendin.
regelwitZoals zovele handen van zovele mensen. Dag in, dag uit.
regelwitToch geeft dit grote ontbreken, geuit in de talloze noodzakelijk herhaalbare handelingen, de handen van Selles de wijsheid en de kennis om, zou het moment daar zijn dat het van hem wordt verlangd, de wereld met compassie te beroeren. De frustratie en het grote gebaar: ze gaan bij hem hand in hand.