... -
...
Mijn lief.
Gisteren haar begraven.
Smalle gepruikte vrouw.
Smalste wangen,
verwant door een glimlach,
langer dan de ielste lijn.
Op een blauw gewelfde buik
wijlen nog smallere bleke vingers.
Het vals verval verborgen
behoedzaam voor wie de liefsten waren,
ligt zij nu overgeleverd
en onbereikbaar schoon
verschoond van een ieder
voor een ieder
smal te zijn.