Korte omleiding -
bald übersetzt...
translated soon...
Korte omleiding
een voordracht, gehouden op 24-11-2007 in Rotterdam ten huize van Bregje van Woensel
Onlangs, na definitieve voltooing van een compositie voor vioolsolo, veranderde ik de slotmaten ervan. Zo betrekkelijk is het absolute.
Een beslissing iets in een bepaalde gedaante als goed te kenmerken, is altijd gevangen in één enkel moment. Aan deze beslissing kan van alles ten grondslag hebben gelegen: overmoed, berusting, luiheid, luciditeit, voorzichtigheid, demagogie, en nog veel meer zaken die op ieder ander moment geen rol meer behoeven te spelen, en daarom die ene beslissing zoniet teniet doen, dan toch haar waarheidsgehalte in twijfel trekken.
Het is mij al zo vaak overkomen dat ik na voltooiing van een compositie weken of langer later, niet meer weet hoe ik het betreffende stuk geschreven heb, laat staan waarom juist zó. Ieder moment ben ik deze zelfde mens die ik al mijn hele leven ben, maar toch in een andere hoedanigheid, wel of niet door iets buiten mijzelf beïnvloed.
Denken dat een stuk af is, is zo betrekkelijk als beweren dat je nu eindelijk volgroeid bent.
Ik ben naast componist ook pianist en schilder en hoe deze disciplines zich tot elkaar verhouden, houdt me wakker. Het schilderen ligt voor mij persoonlijk heel erg dicht bij het improviseren op of met een muziekinstrument: uitgangspunt is altijd een leegte. Er zijn beeldend kunstenaars en musici die voor zij aan het werk gaan, eenvoudige structuren bedenken. Structuren die kunnen worden gevormd door maten, getallen, vormen, stemmingen en ideeën, bedoeld om houvast te bieden, of als 'springplank'. Het 'diepe' dat onder je gaapt lijkt minder diep, bevattelijker te zijn. De afstand van plank tot deze zuigende grenzeloosheid lijkt korter, de val erin minder pijnlijk.
Maar iedere maker kiest een weg die hem of haar het beste ligt. Met grote regelmaat heb ik in het verleden geprobeerd om, voor ik aan een nieuw stuk of schilderij begon, structuren te bedenken. Structuren die me hadden moeten helpen en ondersteunen bij het maken. Die van zichzelf soms een schoonheid bezaten, maar allesbehalve het raamwerk van iets schoons werden.
Niet mijn weg, heb ik mezelf heel vaak moeten bekennen. Oceaan, woestijn en wolkenloze hemel zijn me liever. Grenzen en structuren dienen zich toch wel aan, onherroepelijk. Met de eerste beweging die je maakt, met de eerste adem die jou verlaat, heb je immers al een richting aangegeven. Je kunt op reis.
"Ja, maar," zegt iemand, "dat lege doek is 30 bij 40 centimeter, en dat stuk in opdracht mag maar 10 minuten duren. Dat zijn toch ook structuren?" Hoe waar ook, ze verraden evenwel nog niets van de koers die eventueel genomen zal worden, van de inhoud die zich zal gaan ontvouwen.
Het wezenlijke verschil tussen improviseren en schilderen is een vormkwestie, waarbij het bergip 'tijd' oppermachtig regeert. De improvisatie is klaar wanneer ze klaar is. Ze kan niet worden onderbroken. Ze kan niet worden overgedaan. De tijd is verstreken, de improvisatie vervluchtigt en lost weer op in de grote leegte. Er is de herinnering eraan, maar ook die vernevelt en vermengt zich met andere herinneringen en gedachten.
Het schilderij is niet, of althans niet per se, klaar als het klaar is. Het staat daar op de ezel of hangt ergens aan de muur, als getuige van een of meerdere momenten. Een moment van opzet, schets en uitwerking, die altijd voorlopig zijn.
De deur van het atelier gaat op slot, de tijd verstrijkt en de kamers van de geest raken bevolkt met boodschappen, relatieverwikkelingen, zorgen om ouders, kinderen, jezelf, geld, politiek, religie, en dan wordt een dag of een paar dagen, een week, een paar weken later de deur van het atelier weer ontsloten en gaapt, als het diepe onder die vervaarlijk wiebelende springplank, dat onaffe schilderij, deze getuigenis van dat ene moment, die paar momenten, je aan.
Wat je ziet is, hoe minimaal ook, het resultaat van een reeks handelingen, die niet genegeerd kunnen worden. Schilderen is als een trektocht langs een bepaalde wandelroute. Van tijd tot tijd gooi je je rugzak af en sla je je tent op, om later de ingeslagen weg weer te vervolgen. Het eerdere moment voegt zich in een nieuw moment, dat zich ook weer in een volgend moment voegt.
De weg van de improvisatie is er een zonder tussenstops. Even iets eten, een sigaretje roken, een bakkie koffie, deze onderbrekingen zijn hooguit geen onderbrekingen indien ze onderdeel van de improvisatie zijn. Is het maken van een schilderij of beeld veelal een mars, het improviseren lijkt meer op een ommetje maken.
Dit betekent dus ook dat een schilderij (of willekeurig welk ander beeldend werk) nooit af hoeft te zijn. Er kunnen soms jaren van reeksen onderbrekingen zitten tussen begin en voleinding. Een improvisatie daarentegen begint, ontvouwt zich en eindigt. Ze is onherhaalbaar. De tijd is verlopen en onomkeerbaar. Tijd bepaalt dat de improvisatie altijd klaar is. 'Af-heid' is haar onontkoombaar lot en haar vorm en misschien wel om deze reden onttrekt ze zich aan ieder oordeel.
Maar een schilderij, een beeld, als getuigenis van een moment of meerdere momenten, zich al dan niet voegend in een volgend moment, is, af of niet, altijd één ondeelbaar, samengebald moment en stelt zich, bij eindeloze herhaling, extreem bloot aan ons oordeel.
Dit is dus een verschil in presentatievorm, een verschil in de wijze waarop een schilderij of beeld enerzijds en een improvisatie anderzijds zich manifesteert. In benaderingswijze kunnen ze evenwel overeenstemmen. In zowel het musiceren als het schilderen kun je je als maker laten leiden door de leegte, waarover ik eerder sprak. Als deze leegte het startpunt is, verloopt het scheppingsproces in eerste instantie op dezelfde wijze. Niet geleid door een of andere structuur of idee, is de eerste, niet geleide stap in kleur, licht of klank, het startschot voor elke volgende reactie daarop.
Als ik componeer streef ik naar een zelfde benaderingswijze: vanuit de leegte komen tot een compositie. Het is als hardop denken: er is een woord, een stukje zin en je springt naar een volgend woord, een volgende zin, een associatie, en tien, twintig of dertig van die woorden en onaffe zinnen en associaties later, zeg je ineens: "STOP!" want er dient zich plotseling iets aan dat ik inzicht noem. Inzicht in een verband tussen al deze flarden of het inzicht dat er een verband moet worden aangebracht tussen deze gebrekkige en behoeftige noten.
Deze ingreep onderstreept meteen het wezenlijke verschil tussen het improviseren enerzijds en het schilderen/componeren anderzijds. Op dat allereerste moment dat je "STOP!" roept, schep je voor jezelf als maker de ruimte te corrigeren en met de correctie is tegelijk het oordeel geboren.
Toch, daar waar ik het maken van een schilderij vergeleek met een trektocht, en de improvisatie met een ommetje, zou ik het maken van een compositie eerder een hink-stap-sprong willen noemen, en dan een van een langdurige soort, waarbij, afhankelijk van de persoonlijkheid van de componist, er ook herhaaldelijk op gemaakte schreden wordt teruggekeerd.
Het maken van een schilderij en het maken van een improvisatie hebben met elkaar gemeen dat ze ieder op eigen wijze 'vooruit', zich de toekomst in bewegen. Je kunt niet opnieuw beginnen. Bij het maken van een compositie blik je meer achterom dan vooruit. Heus, je wil wel op reis, maar het lijkt alsof je enerzijds voortdurend iets vergeten bent, je sleutels, de aansteker, pleisters, verband, en anderzijds of je allerlei overtollige ballast hebt ingeladen: te veel kleren, te veel boeken, veel te veel eten.
De overeenkomst tussen componeren en schilderen of het maken van een beeld is weer de steeds de kop opstekende twijfel over het reisdoel of de weg erheen. Moeten we toch hier niet al rechtsaf, en: zullen we niet nog even doorrijden, misschien is het om de hoek wel veel leuker...
Als ik mij achter de piano zet en begin te spelen, heb ik geen keuze meer: ik heb mijn reisdoel bepaald ook al ken ik haar niet.
(wordt vervolgd...)